Sacramentsdag 2016

Post date: May 30, 2016 10:14:37 AM

Genesis 14, 18-20

1 Korinthiërs 11, 23-26

Lucas 9, 11b-17

1.

Als stagiair was ik ooit eens op school in de klas van, ik meen, groep vier. We lazen en bespraken daar met elkaar hetzelfde evangelieverhaal als vandaag: de wonderbare broodvermenigvuldiging. Een jongetje stak zijn vinger op en verklaarde met grote stelligheid zeker te weten dat Jezus ergens achter een boom een grote stapel broden had verstopt. Want dit kon natuurlijk niet, je kunt niet met vijf broden en twee vissen zoveel mensen te eten geven. Met andere woorden, zo was zijn onuitgesproken conclusie: dit was een goocheltruc.

2.

Vermoedelijk zullen de meesten van ons dit niet zo willen zeggen, maar we vragen ons allemaal of hoe dit nu toch kon. En dan zijn er ogenschijnlijk twee oplossingen. Ofwel is het inderdaad een goocheltruc, ofwel we dienen dit verhaal symbolisch op te vatten. Niet echt gebeurd, maar met een boodschap die er toe doet.

Deze symbolische benadering maakt het echter moeilijk om volledig recht te doen aan de speciale plaats die deze vertelling inneemt in de evangeliën. Alle vier evangelisten vertellen het en sommige met een kleine variatie zelfs twee keer. En telkens niet als een verhaal in de marge, maar als een geschiedenis met groot gewicht.

Bij Lucas, onze evangelist van dienst, staat het gehoorde tussen eerst de vraag van Herodes wie nu toch Jezus is en daarna de belijdenis van Petrus; “Gij zijt de Christus”. De broodvermenigvuldiging kan kennelijk niet gemist worden om van de vraag naar het antwoord te komen.

3.

Welbeschouwd werden we vandaag getuigen gemaakt van het scheppend handelen van God. De broodvermenigvuldiging zet de schijnwerper op de gebeurtenis waarmee het allemaal begon, maar verheldert tevens dat het daarmee niet ophield. God was niet één moment Schepper om daarna, als was hij een horlogemaker, zijn product aan de meegegeven logica over te leveren en er niet meer naar om te zien. Hooguit nog eens een beetje onderhoud, misschien. God was niet één moment Schepper, maar is voortdurend scheppend actief. Zonder ophouden gunt en geeft Hij ons het leven en al wat we daarvoor nodig hebben. Zijn scheppend handelen betekent ons behoud.

4.

Als Christenen zeggen we dat aan het begin God de wereld uit niets geschapen heeft. Daarmee drukken we uit dat onze wereld en ook onze levens geen andere bestaansbron hebben dan God zelf, enkel voorkomen uit zijn liefde. Maar daarna is de voortgaande schepping een geschiedenis gebleken die niet buiten mensen omgaat. Steeds weer blijkt de menselijke inbreng er toe te doen. En steeds weer blijkt tevens dat die menselijke inbreng op zichzelf te weinig is. Precies zoals vijf broden en twee vissen beslist onvoldoende waren om de aanwezige menigte te voeden, laat staan om over te houden. Niettemin werd door Jezus die kleine inbreng gevraagd en was wat Hem in handen werd gelegd het vertrekpunt om tot grote overvloed te komen.

5.

We doen er goed aan om dit niet alleen als aardige theorie af te doen, als een leuk element voor de persoonlijke spiritualiteit of als iets van vroeger. Waar we hier op gewezen worden geldt ook nu, geldt voor ons.

Bijvoorbeeld nu we in onze parochie bezig zijn ons op de toekomst voor te bereiden en daartoe onze gebouwensituatie drastisch zullen gaan aanpassen. Er worden gebouwen afgestoten, maar ook weer andere in gebruik genomen. En momenteel gaat dat allemaal best snel en voortvarend. Vanzelfsprekend komt de vraag op of we het wel moeten doen. Heeft het wel zin? We zijn krimpende gemeenschappen, zoals het nu lijkt gaat de laatste straks het licht uitdoen. En misschien voelen we ons ondertussen ook al wel vermoeid van alles wat we reeds hebben gedaan. Waarom nog energie steken in iets nieuws? Waarom nu nog het roer omgooien en zoeken naar andere vormen van samen de parochie en de locaties vormgeven als daadwerkelijke plaatsen van geloof? Het zijn terechte vragen en de richting van het antwoord wordt ons vandaag gegeven. Uiteraard is onze inbreng niet genoeg. Als we afgaan op wat wij vermogen wordt het niets. Maar wanneer we wat we hebben en kunnen aan de Heer aanbieden, mag het een aangrijpingspunt zijn voor zijn voortdurende scheppend handelen. Uiteraard weten we niet hoe en wat het zal worden, dat zullen we wel zien. Toch: alleen wanneer we het povere wat we hebben aanbieden, ter beschikking stellen, alleen dan kan het meer worden. Hoe pover ook: voor God is het genoeg!

5.

Het is niet voor niets dat de manier waarop Jezus’ handelen vandaag wordt beschreven lijkt op wat Hij deed tijdens het Laatste Avondmaal en tevens lijkt op hoe we eucharistie vieren: Hij nam het brood, sprak de dankzegging uit, brak het en deelde uit.

De eucharistie heeft diepe inhoud en vele betekenissen, maar in ieder geval ook deze: het is een voortdurend herinneren aan de creatieve macht van God. Als we Hem toevertrouwen wat we hebben – hoe pover ook – schenkt Hij ons oneindig veel meer.