Paaszondag

Post date: May 15, 2014 6:46:16 AM

Zalige Titus Brandsmaparochie

20 april 2014

Johannes 20, 1-9

Wat de evangelist Johannes vandaag doet is heel subtiel, maar tegelijk hoogst relevant. Jezus’ verrijzenis is een onbeschrijflijk gebeuren. Het behelst de aanvang van de nieuwe schepping en daar zijn in de taal van de oude schepping eigenlijk geen woorden voor. Vandaar dat het getuigenis van het evangelie, dat van de kerk, weliswaar overtuigend is, maar ook altijd wat omfloerst.

Wat Johannes ons aanreikt is daarom noodzakelijkerwijs heel subtiel, maar ook heel treffend. In die paar regels die de lezing slechts lang is, schetst hij een fundamenteel contrast tussen rust en onrust.

Het begint met onrust. Maria Magdalena ontdekt dat de steen van het graf is weggerold en trekt meteen haar conclusies. In paniek rent ze naar Petrus en Johannes. Haar onrust maakt zich snel van hun meester. Ze spoeden zich naar het graf om te zien wat er loos is. Betreden Petrus en dan Johannes eenmaal het graf, dan getuigt alles van rust. Niet echter de rust van het graf, van de dood. Nee, er is sprake van kalmte, van sereniteit zoals die past bij het rustig opstaan in de morgen en ongehaast de dag beginnen. De doeken liggen netjes opgerold. Dat duidt niet op grafroof of op een opstanding zoals bij Lazarus, die eerst nog bevrijd moest worden van alle zwachtels. Nee, dit lege graf getuigt van een nieuwe dag, van een nieuw begin.

Natuurlijk verstaan de eerste leerlingen deze tekens niet meteen. Ze zijn verward en nog teleurgesteld. De desillusie nog niet te boven. Desalniettemin wordt hier al precies gezegd waar het met Pasen over gaat. Namelijk over rust en vrede, over sereniteit en vredigheid als kenmerken van de nieuwe schepping; het nieuwe leven in de Heer. Niet langer hoeft de mensheid het te doen met de louter ijzige stilte van de dood. Er heeft zich in het graf (de plaats van de dood) een weg geopend naar iets nieuws, iets beters, zoals alleen God het geven kan.

Zoals de evangelisten niet de woorden vinden om precies te zeggen wat de verrijzenis behelst, maar hun boodschap brengen door de verhalen te vertellen en de gevonden tekenen te verwoorden, zo vandaag natuurlijk niet anders. Ook wij hoeven niet de illusie te hebben de verrijzenis exact uiteen te kunnen zetten. Dat hoeft ook niet. Ons getuigenis is voldoende. Wat nodig is, is dat ook wij vandaag de dag tekens oprichten. Gewoon door hoe we doen, hoe we spreken, hoe we ons gemeenschapsleven vormgeven. Kortom, onze manier van (samen)leven die telkens mag laten zien dat leven en liefde sterker is dan de dood. Opdat de verrijzenis ook hier gestalte krijgt en iedere mens mag worden uitgenodigd tot stilte en sereniteit. Niet die van de dood, maar van het lege graf.