Nachtmis van kerst 2018

1.

Alweer een tijdje geleden kreeg ik een stapeltje preken en wat andere geschriften, die ergens op een rommelmarkt op de Bible-belt gevonden waren. Ze komen grosso modo allemaal uit de eerste helft van de vorige eeuw.

Ze dragen interessante titels als: ‘Het beest en de Roomsche afgoderij’ (u bent dus gewaarschuwd), ‘Het profetisch woord’, ‘De Heere regeert’ en ‘Genade en gehoorzaamheid’. Eén preek wekte evenwel in het bijzonder mijn interesse. Het is deze, getiteld: ‘Vrede op aarde’. Het is een kerstpreek gehouden in de Gereformeerde kerk van Rotterdam in 1940. Dat wil zeggen ruim een half jaar na de bombardementen.

2.

Ik zal u de preek niet voorlezen. Het is niet meer onze taal en bovendien is het veel te lang. Maar het is wel interessant om er even bij stil te staan. Wat zeg je eigenlijk wanneer je kerst viert en je stad nog een grote puinhoop is vanwege de bommen? Er raakten toen 80.000 mensen dakloos. Naar schatting tot 900 mensen lieten het leven. Het kan niet anders of er moeten daar in de kerk mensen gezeten hebben die zelf dakloos werden, die zelf een dierbare verloren of minstens van nabij mensen kennen die dit overkwam. Durf je dan eigenlijk nog wel van vrede op aarde te (s)preken?

Nu kunnen wij nog denken: dit is geschiedenis. Maar vergis je niet. Ook nu zijn er vele medechristenen die tussen de resten van hun huizen en kerken kerstvieren. Ook nu wordt er kerst gevierd door mensen die leven midden in oorlog, getergd worden door vervolging om hun christen-zijn of kampen met de gevolgen van natuurgeweld. Denk alleen maar aan Indonesië. Daar zijn momenteel 90.000 veiligheidsmensen actief om voor christenen een veilig kerstfeest mogelijk te maken.

Dat klinkt misschien ver weg. Denk dan aan ons eigen land. Ook hier zijn er mensen die in onrust en onvrede leven, omdat ze bijvoorbeeld weg moeten, maar nergens anders thuis zijn. Of denk aan ons hier in deze basiliek. Onder ons zijn er vast die onrustig zijn, omdat de relatie niet zo goed meer gaat, het inkomen niet meer zeker is of de dokter nare berichten had.

3.

Wat wil het dan zeggen, ‘vrede op aarde’ ? Is dat een ontkenning van de werkelijkheid. Gewoon volgens traditie blijven zeggen, zodat we het misschien ook gaan geloven? Of is het cynisch, sarcastisch? Een uitdrukking van een diepe wens, van hoop ook?

En daarbij, wat wil vrede dan zeggen? Is dat de afwezigheid van oorlog, terwijl ondertussen mensen elkaar het leven nog steeds zuur maken? Of eerder vrijheid? Vrijheid om alles te zeggen wat je wilt, en daarmee vrede inclusief het recht om te beledigen en te kwetsen? Of is vrede harmonie onder mensen? Of strekt het verder dan dit? Gaat het over een diep gevoel van geborgenheid, van thuis zijn, veilig, onbedreigd, liefdevol?

4.

Onze dominee daar in Rotterdam benadrukt dat het de engelen zijn die zingen ‘vrede op aarde’, niet de mensen. Zonder enige ironie wordt vanuit de hemel – dat is van God uit – de aarde vrede aangezegd. Als een zegen (bene-dicere), als een cadeau dat onverdiend wordt aangeboden. Op dat onverdiende legt de dominee overigens best veel nadruk. De Engelen zingen van een nieuwe werkelijkheid, zoals die van God uit hier op aarde is en wordt gerealiseerd. Overigens wel precies, zoals vrede is: kwetsbaar en klein.

Die vrede komt van God en is daarom in alle kwetsbaarheid wel onomstotelijk. Die vrede is namelijk te beschouwen als een kenmerk van God. God die immers in zichzelf gemeenschap is – Vader, Zoon en Heilige Geest. Drie en één die niets dan liefde is en zo in niets dan liefde, met niets dan liefde zicht voortdurend zo aan elkaar schenken dat er geen onenigheid is of kan bestaan. Die vrede is en wordt ons deel, aldus het gezang van de engelen.

5.

Juist dat mogen we met kerst bijzonder vieren. Onze dominee wijst daarom met evenveel nadruk op het kindschap Gods. Wij denken daarbij logischerwijs aan het kleine kind Jezus. De pasgeborene in wie God zelf, kwetsbaar en klein, onder ons aanwezig is. Maar de dominee denkt ook aan ons. Jezus is ons niet alleen gegeven als Koning en Heer. Als mens geworden Zoon van God is Hij ook onze broeder. En het eigene van broeders en zusters is, dat ze familie zijn vanwege dezelfde vader.

Het engelengezang is daarmee op te vatten als een uitnodiging en een aansporing om dat kindschap van God te aanvaarden en aan te komen zitten aan de familietafel van God. Zelf deel te gaan nemen aan de voortdurende liefdevolle dynamiek van zelfgave, zodat er geen onenigheid meer is.

Een uitnodiging en aansporing om zo zelf actief werk te maken van vrede op aarde. Niet de vrede van geen oorlog, maar de vrede die veel verder gaat en die alleen God ons kan geven daar het zijn vrede is. We zullen die moeten willen ontvangen door het kindschap Gods te aanvaarden en daarnaar met alle macht te leven. Desnoods ondanks alle ellende.