Lisieux, 1 mei 2016

Post date: May 8, 2016 4:29:30 PM

Tijdens de eerste viering van de diocesane bedevaart naar Lourdes mocht ik in de crypte van de basiliek te Lisieux de homilie verzorgen.

Jesaja 66, 10-14

Matheus 18, 1-4

1.

We zijn ondertussen een dag onderweg en bevinden ons momenteel in het noorden van Frankrijk. 850 kilometer zijn we verwijderd van onze bestemming Lourdes. We hebben, met andere woorden nog een lange weg te gaan.

Niet alleen in letterlijke zin ligt er nog een heel parcours voor ons. Ook in overdrachtelijke zin kan een reis, een weg lang zijn. Misschien geldt dat voor u wel met betrekking tot deze bedevaart. Misschien heeft u een flinke financiële inspanning moeten leveren om mee te kunnen. Moest u sparen, zuinig leven en zo ook uitgekeken naar deze reis die voor u belangrijk is. Maar het kan ook zijn dat u in een of andere medische molen bent verzeilt geraakt. Bent u dankbaar voor de goede afloop, probeert u zich te verzoenen met wat de dokters u moesten zeggen of zit u er nog midden in en voelt u zich onzeker. Weer anderen kampen met verlies en zoeken wegen om verder te kunnen nu een dierbare overleed, een relatie stuk liep, u ontslagen werd of te maken kreeg met de gevolgen van een niet verlangde overplaatsing; of u moest wisselen van bisdom. En mogelijk bent u vooral onderweg met het geloof zelf, omdat het een deuk opliep. Omdat Christus en zijn kerk vooral als een groot vraagteken voor u staan.

2.

En dan komen we onderweg naar Lourdes in Lisieux waar alles draait om de kleine weg, zoals die door Therese van Lisieux werd ontdekt en ons werd voorgeleefd. Op onze lange weg, lange wegen, nadenken over een kleine weg. Het is niet bedoeld als grap, niet als ontkenning van onze vragen en noden. Het is ook niet bedoeld als doekje voor het bloeden.

3.

In ieder geval voor Therese zelf niet. De kleine weg kwam haar niet zomaar aanwaaien; paste ook niet bij de overheersende geloofsbeleving van haar dagen. Ze werd geboren in 1873 en mocht slechts 24 jaar oud worden. In haar korte leven kreeg ze heel wat te verduren. Ze was vier toen haar moeder overleed. Het betekende een enorme breuk in haar leven. Later zou ze nog een aantal breukmomenten beleven. Ze was als kind ernstig ziek, psychisch labiel en hoewel vol geloof toch godsdienstig onzeker (om het eens heel voorzichtig te zeggen). Ze leed veel. In de kersnacht vlak voor haar 13e verjaardag vermag ze een sprong in volwassenheid te maken. Ze komt met beide benen op de grond, gaat ijverig leren en groeit in haar religieuze roeping. Na veel gedoe, dat haar tot bij de Paus brengt, treedt ze als vijftienjarige in. Hier te Lisieux in de Karmel, waar al twee zussen waren ingetreden en nog een vierde zou volgen. Ze leed een tamelijk anoniem en gewoon leven als karmelietes. Ze overleed na een paar jaren te zijn verteerd door TBC.

Pas na haar dood wordt ze wereldberoemd wanneer haar geschriften worden gepubliceerd. Ze bleek en blijkt een geweldige gids voor wie in liefde met God en zijn mensen wil leven.

4.

Uit die geschriften komt Therese naar voren als een ambitieuze vrouw. Ze had een geweldig verlangen om heilig te worden en meende dat God haar op dit punt geen onvervulbare verlangens kon ingeven. Daarbij voelde ze alle roepingen. Ze wilde in de missie, ze wilde priester worden, ze wilde zoveel en dat allemaal voor Jezus.

Ze doet dan twee ontdekkingen door te leven met de Bijbel als haar gids. Als eerste leert ze van de apostel Paulus over de kerk als Christus’ Lichaam. Daarin heeft ieder een eigen plaats, een eigen rol, zoals ledematen dat hebben. Ze ontdekt dat haar roeping ligt in het zijn van het hart. Voor alle roepingen is liefde nodig, en zij zou die liefde zijn. Ze jubelt het uit: zij zal het hart zijn.

Maar dan het verlangen om heilig te worden. Ze erkent volledig zwak te zijn, niet zo heroïsch als de voorbeelden die ze kent. Ze wil zo graag, maar krijgt het niet voor elkaar. En ze heeft zelfkennis genoeg om te weten dat het ook nooit zal lukken. Doelbewust gaat ze dan op zoek, opnieuw in de Bijbel. Ze weet namelijk van een nieuwe uitvinding. In grote huizen gaat men tegenwoordig niet meer met de trap van verdieping naar verdieping, maar met de lift. Zij zoekt zo’n lift om in de hemel te kunnen komen.

Ze vindt dan de twee passages die wij vandaag als lezingen hebben mogen horen. Als eerste de evangelielezing, waarin het gaat over Jezus die kinderen roept. Worden als een kind, dat stelt haar gerust. Ze hoeft niet groter te worden, maar wordt gevraagd juist klein te blijven. Kleiner te worden. Want zo kan ze door Jezus gemakkelijk gedragen worden. Zijn armen zijn de lift die ze zocht. In zijn barmhartigheid zal Hij haar optillen. Daar wil ze beschikbaar voor zijn.

Zelf denk ik dan vaak aan een peuter, die je qua gewicht nog best kunt optillen, maar die niet meer te dragen is wanneer hij/zij begint te spartelen. Het gaat erom je te laten dragen. Daarop te vertrouwen, daarmee genoegen te nemen.

5.

Voor Therese betekent dit dat ze bloemen moet strooien. Bloemen, dat zijn de kleine attenties die je uit liefde voor God en de naaste betuigd. Kleine daden van dikwijls ongeziene, soms zelf miskende liefde. Het kan zo concreet zijn als in het verkeer de fouten van anderen accepteren en opvangen, zodat iedereen veilig thuis komt. Het kan zo simpel zijn als het geklungel van iemand aanvaarden en subtiel in goede banen leiden. Geen grote dingen, maar klein. In elke situatie kansen zien om daadwerkelijk lief te hebben.

Therese zelf heeft in haar korte maar dikwijls niet gemakkelijke leven, die kleine weg ontdekt en voorgeleefd. Als een manier om de lange wegen die we soms gaan begaanbaar, maar ook vruchtbaar te maken. Door het als de goede grond te beschouwen waarop altijd weer bloemen kunnen groeien. Bloemen die zij op haar weg volop heeft geplukt en aangeboden. Bloemen die ze beloofde te zullen strooien vanuit de hemel. Bloemen waarvoor ook wij oog kunnen hebben op onze eigen wegen, ondanks alles wat er zich kan voordoen. Bloemen die we ook zelf kunnen plukken en aanbieden uit liefde voor God en de naaste.