Heilige Stefanus 26 december 2018

1.

We hoorden vandaag in de eerste lezing hoe diaken Stefanus woorden van wijsheid sprak en zijn tegenstanders daar niet tegenop konden. Het maakte hun boos, zeg gerust woedend. Zozeer dat ze er een moord voor begaan.

2.

Het duidt op een in feite heel menselijk gegeven. We kennen allemaal wel de moeite die het kan kosten om je ongelijk toe te geven. Dat je na soms lang volhouden – soms oprecht overtuigd van je gelijk - toch moet zeggen: ik zat verkeerd. Dat kan ervaren worden als een afgang, als een vernedering.

Het is daarom dat je in de managementliteratuur ook boeken tegenkomt over onderhandelen met moeilijke mensen. Hoe doe je dat? Hoe zorg je ervoor dat wanneer je tot een gezamenlijk resultaat wilt komen ook de ander met opgeheven hoofd kan oversteken. Dit proces wordt wel het bouwen van een gouden brug genoemd. Het is een manier van zoeken naar een goede omgang met de emoties die ons mensen eigen zijn.

3.

Het ingewikkelde nu is dat het in zaken van geloof niet om een onderhandeling gaat. Wanneer we over geloofszaken spreken, betreft dit ons zoeken naar waarheid en ons pogen naar die waarheid te leven.

Dat is niet iets voor iedere gelovige op zich en is evenmin iets van louter gehoorzaamheid jegens het leergezag. We zijn allemaal gedoopt en hebben allemaal geloofszin gekregen als doopgenade. Het is in verbondenheid met de gehele geloofsgemeenschap (dat is wel inclusief het leergezag, dat een eigen belangrijke rol vervult) dat we als leerlingen van de Heer ons het geloof mogen toe-eigenen. Dit is geen kwestie van het ene plaatje vervangen voor het andere. Mensen zijn geen PowerPointpresentatie. Het gaat hier om een weg die we als gelovigen en ook als gelovigen samen een leven lang gaan.

4.

Bekering hoort bij dit proces. En daarmee ook de pijn van bekering. Het is niet altijd gemakkelijk om nieuwe of betere inzichten te aanvaarden. Het kan betekenen dat wat je lange tijd voor juist hield en waar je ook belangrijke beslissingen op baseerde, toch ondeugdelijk blijkt. Misschien zie je je opeens geconfronteerd met daden uit het verleden of de gevolgen daarvan, die nooit hadden moeten gebeuren. Je kunt wel door de grond zakken, maar gedane zaken nemen geen keer. En ook als het gaat om kleine dingen: toegeven is niet altijd gemakkelijk. Kost moeite.

Wanneer we ons dit realiseren, moge ook duidelijk zijn dat we als geloofsgenoten met geduld naar elkaar mogen kijken. Dat we elkaar de ruimte moeten geven om de soms moeilijke weg van bekering te gaan. Een goudenbrug kan niet altijd gebouwd worden, maar gelegenheid om naar de maat van het mogelijke stappen te zetten wel.

5.

Dit is van extra belang nu de aanwas van de geloofsgemeenschap in ons land niet meer vanuit de jongere generaties verwacht kan worden. De geloofsoverdracht van ouders op kinderen is zo goed als volledig gestokt. Nieuwe geloofsgenoten komen vanuit de groepen van mensen met wie we allang contacten hebben. Mensen die we op allerlei plekken tegenkomen en misschien al wel bevriend mee zijn. Wanneer zij aangeraakt worden door het evangelie en tot de geloofsgemeenschap naderen om met ons leerling te worden, dienen we er alert op te zijn, dat er sprake kan zijn van de pijn van bekering. Dit kan het proces van toetreden enorm hinderen.

De kwaliteit van onze geloofsgemeenschap, de mate van echt broeder- en zusterschap, toont zich dan in de wijze waarop we daarmee omgaan. Doen we dat goed met warmte, prudentie, met liefde voor de persoon, maar ook voor de waarheid alsmede de waarheid van Gods Barmhartigheid dan kunnen er wonderen geschieden. Gaat als het ware de hemel open. Niet dat de pijn van bekering dan niet meer bestaat of omdat bekering helemaal niet meer nodig zou zijn, maar omdat we samen elkaar dragen. Samen zoeken meer en meer de Heer na te volgen en daarin onze diepste vreugde vinden.