Dagmis van kerst 2018

1.

Helaas heb ik het niet meer goed kunnen nazoeken, maar er was volgens mij een reclameslogan die zegt: ‘Het kan niet altijd feest zijn, maar wel elke dag een beetje’. Dit is een waarheid die we allen met gemak kunnen omarmen, als het elke dag kerstfeest is dan zou dit veel gedoe geven. Zo zou de Jumbo problemen met de bevoorrading krijgen. Het is voor niemand vol te houden. Bovendien is het dan geen feest meer, maar gewoon geworden. En daarbij: wanneer het altijd feest is kun je er op rekenen dat vroeg of laat iets of iemand de pret komt bederven.

2.

Ook binnen een geloofsgemeenschap kan er genoeg zijn wat de pret bederft, bijvoorbeeld de huidige ontwikkeling van de ontkerkelijking van de samenleving, waarover laatst nog een bericht was in de media: er was een onderzoek gedaan waaruit bleek dat dagelijks mensen afhaken met kerkelijk leven. Dit is geen nieuw gegeven maar evengoed niet leuk om te horen.

Nu is dat onderzoek op zich niet zo interessant, we wisten het immers al lang. De reacties die het oproept zijn dat wel. Het blijkt dat veel mensen, niet alleen binnen de kerk, zich nu toch wel zorgen beginnen te maken over dit probleem, en wel omdat vanuit de kerk veel aan vrijwilligerswerk e.d. gedaan wordt. De kerken zorgen voor een soort sociaal kapitaal voor de hele samenleving. Als de kerkgang stopt of vermindert zal de hele samenleving daar wat van merken, was de conclusie. Dit is interessant. Net zoals het gegeven dat wij, Nederlanders, vaak van mening zijn dat we voor andere landen een soort van gidsland zijn, een voorbeeld voor de rest van de wereld. Maar in de ontkerkelijking zijn we eerder atypisch, want in andere landen is deze ontwikkeling minder aan de orde of verloopt heel anders, hier zijn wij dus geen gids in. We kunnen ons beter eens achter de oren krabben en ons afvragen waar we mee bezig zijn.

3.

Een veel gehoorde vraag aan de kerk is dan vervolgens: ‘Waarom past de kerk zich niet aan?’ De vraag naar zingeving is in deze tijd enorm. Als de kerk zich aanpast aan wat mensen vandaag de dag willen horen kun je voorzien in een grote behoefte. Voor je het weet draait het dan weer als een tierelier. Er zijn ook inderdaad dingen die beter kunnen. De kerk mag bijvoorbeeld meer uitnodigend zijn en uitdagender misschien wel. Meer gericht op de samenleving, meer betrokken zijn, er niet buiten staan. Maar als het gaat om de kern van de zaak kunnen en willen we ons niet aanpassen aan wat de samenleving ideaal vindt. De reden daarvan zit in het begrip zingeving en in wat we met kerst vieren.

4.

Het woord zingeving komt vanuit de sociologie en de psychologie. Er zit een beweging ingebakken die begint bij jezelf, voortkomend uit behoefte en verlangen, en strekt zich uit naar buiten toe. Geven begint immers bij je zelf. Dit proces spoort mensen aan te gaan zoeken en te winkelen, langs rituelen en overtuigingen en uiteindelijk kom je dan tot iets waarmee je kunt leven. Het is niet mijn bedoeling dit af te serveren, maar bij het Christelijk geloof ligt het toch anders. De beweging gaat niet van ons zelf uit naar buiten, maar andersom. God beweegt naar ons toe, de beweging komt op ons af en dit is essentieel. Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond, getabernakeld zoals het in de Bijbel staat. De beweging gaat van God naar ons, zingeving is dan niet meer een kwestie van geven maar van ontvangen en aanvaarden. Zo kan je komen tot een ontmoeting met het Woord, God zelf als de zin van het bestaan.

5.

We staan in hoge mate machteloos ten opzichte van de ontkerkelijking in de samenleving en kunnen dit ook niet zelf op lossen. Het vraagstuk is veel groter dan wij zijn. Wat we wel kunnen doen is de uitkomst van het onderzoek opvatten als een uitnodiging om authentiek kerst te vieren, waarbij het Woord naar ons toe komt en wij mogen ontvangen en in een zinvolle ontmoeting zin van bestaan vinden. Daarbij snappen we dat het niet altijd feest kan zijn maar wel elke dag een beetje. Zo het Woord elke dag ontvangen, iedere dag proberen vanuit het Woord leven en daar zin en smaak in vinden.

(Met dank aan mevrouw M. de Ronde voor het typen)