Bij het afscheid van de Martinuskerk te Makkum

Post date: Apr 3, 2017 12:17:03 PM

5e zondag in de veertigdagentijd A

Ezechiël 37, 12-14

Romeinen 8, 8-11

Johannes 11, 3-7 +17+20-2+33b-45

1.

Een van de grote theologen van de vorige eeuw, Romano Guardini, verklaarde ooit bereid te zijn elke vraag van de Heer bij het Oordeel te zullen willen beantwoorden. Maar één vraag zou hij terug willen stellen: “Waarom toch zulke omwegen naar het heil?”

Het is een vraag die vermoedelijk ook Martha op de lippen bestorven ligt. Waarom zulke omwegen naar het heil? Waarom twee dagen wachten en dan pas afreizen naar zulke goede vrienden in nood? Waarom toestaan dat er twee dagen langer tranen vloeiden om de ziekte en dood van Lazarus? Het is een vraag die ook ons vandaag na aan het hart ligt.

Waarom zulke omwegen naar het heil? Waarom verloopt de verkondiging van het evangelie en de groei van de kerk niet lineair? Waarom gaat het met pieken en dalen, zodat je eerst grotere kerken bouwt om de mensen te kunnen bergen en je jaren later het gebouw moet afstoten omdat er niet meer genoeg kerkgangers zijn om alle lasten te dragen en er mede daarom plannen moesten worden gemaakt om het geloofsleven op een andere plek en op een iets andere wijze gestalte te geven? Hoe goed en verstandig die plannen ook mogen zijn, had het niet anders gekund?

2.

U wilt vast begrijpen dat ik in de voorbije tijd veel heb nagedacht over wat ik nu zou moeten zeggen? Waar denk je aan op een moment als dit, wanneer dergelijk vragen door hoofd en hart gaan? En misschien is het niet zo vroom als u verwacht had, maar ik moest denken aan Harry Potter. En dan met name aan het onlangs als toneelstuk uitgegeven achtste verhaal ‘Harry Potter en het vervloekte kind’. Dit verhaal speelt zich zo’n twintig jaar na de eerste zeven af. Dit verhaal doet ons nadenken over de tijd. Over tijdsverloop en hoe alle goede en slechte dingen daarin hun samenhang vinden en niet meer los van elkaar kunnen bestaan. De jongste zoon van Harry probeert door een reis naar het verleden de zinloze dood van een schooljongen uit Harry’s jaren teniet te doen om zo het nog steeds actuele verdriet van diens vader te lenigen. Hij merkt echter dat een ogenschijnlijk kleine ingreep in het verleden allerlei onvoorziene gevolgen had.

Bijvoorbeeld dat daardoor bepaalde vrienden en vriendinnen niet geboren werden, omdat hun ouders in deze aangepaste geschiedenis niet trouwden. Op een gegeven moment dreigt zelfs dat terug in de geschiedenis niet Harry het kwaad overwint, maar andersom Harry definitief het lootje legt. En de wereld blijvend duister zou zijn.

Harry’s zoon moet leren dat de oplossing van moeilijkheden niet ligt in het zoeken van mogelijkheden om het verleden te veranderen. Het heeft, ook voor ons, niet zoveel zin om af te vragen wat er allemaal anders hadden gemoeten of gekund. Wat als we toen dit of op andere moment dat hadden gedaan? Het antwoord zullen we niet weten en wat daarvan de gevolgen zouden zijn geweest evenmin. De weg is niet terug in de tijd, maar vanuit het nu naar de toekomst. Voor die toekomst speelt het verleden natuurlijk een rol en is zelfs met alle goed en kwaad, met alle lief en leed, heel bepalend, maar alleen als we er niet louter bij stilstaan, maar hier en nu als vertrekpunt aanvaarden.

3.

Dat zien we in het evangelie vandaag ook gebeuren. Waarom Jezus pas na twee dagen afreist zal wel altijd een vraag blijven. Of het anders had gekund ook. Maar als Jezus er is, dan helemaal en totaal in het nu. Huilend om de dood van zijn vriend Lazarus. Vragend naar waar Lazarus nu is.

4.

En dan gebeurt er iets heel opmerkelijks. Martha antwoordt Jezus door Hem uit te nodigen mee te gaan: “Kom en zie”. Dat is echter niet zomaar een uitnodiging van een lieve vriendin. Deze woorden klonken in het evangelie namelijk al eerder, bijna aan het begin, toen de sommige leerlingen van Johannes de Doper aan Jezus vroegen waar hij verblijf hield. “Kom en zie”, antwoordde Jezus toen. En ze gingen met Hem mee. En niet veel later klonken die woorden weer. Toen Filippus namelijk aan Nathaniël zei de Messias gevonden te hebben en hij daarop reageert door te vragen of er iets goeds uit Nazareth kan komen. “Kom en zie”, luidt het antwoord. Hij gaat mee en ziet. Meer nog, hij krijgt daarna van Jezus de belofte nog grotere dingen te zullen zien.

“Kom en zie” zijn woorden die in het evangelie nooit leiden naar de dood, maar altijd naar het leven. Naar de Heer zelf. Het zijn woorden die nu door Martha worden gebruikt om Jezus, de Heer van alle leven, bij de dood te brengen. Opdat het leven wint. Opdat in het hier en nu, door alle vragen en tranen heen, een daadwerkelijk woord van leven klinkt.

5.

In dit “Kom en zie” is ook de intentie verborgen waarmee we vandaag samenzijn. We verlaten deze kerk niet om ermee te stoppen. We gaan hier vandaan omdat we geloven in leven en in toekomst. Deze plek kan ons daarbij niet meer optimaal van dienst zijn. Het is te groot geworden en te duur, maar biedt ook niet meer de beste mogelijkheden om hier en nu dienstbaar te zijn aan de samenleving waar we middenin staan. Willen we geloofwaardig en toekomst gericht blijvend kerkzijn op elk van onze locaties, dan zullen we meer oog moeten hebben voor degenen naar wie Gods erbarmen als eerste uitgaat.

Zodat het “Kom en zie” van Jezus niet alleen ons, maar ook anderen op de been kan brengen en bemoedigen. Zodat we elkaar – hoe dan ook – ontmoeten als degenen tot wie de uitnodiging om met Jezus te zijn gesproken is. Hier in Makkum openen we met daadwerkelijk oog voor de kansarmen in onze samenleving, met het oprechte verlangen iedereen met evenveel eerbied te bejegen als tochtgenoten en met fijne vieringen in een warme huiskerk een nieuwe toekomst. Voegen we aldus een nieuw hoofdstuk toe aan het al oude en inmiddels indrukwekkende levensboek van de katholieke geloofsgemeenschap te Makkum en omgeving. Ook al hebben we helaas nog niet een nieuwe plek gevonden en maken we eerst met graagte gebruik van het zo hartelijke aanbod van de Doopsgezinde kerk om bij hun onder dak te komen.

6.

Waarom het loopt zoals het loopt, weten we vaak niet. Waarom het verhaal van onze kerk niet gewoon een simpel succesverhaal kan zijn met alleen maar groeiden deelnemersaantallen blijft een geheim dat in God verborgen is.

Veel verder dan stamelen dat het gaat om een grote liefdesgeschiedenis tussen God en de mensen en de mensen onderling die nog nooit zomaar over rozen is gegaan, komen we niet.

Maar bij al wat we niet weten, weten we wel dat God ons niet voor het lapje houdt en ons niet om de tuin leidt. We weten dat het niettemin veel van ons vraagt: geduld, vertrouwen, uithoudingsvermogen, tranen, maar ook moed en de wil om te blijven bidden; de moed ook om de uitnodigende woorden van Jezus te horen en ze vervolgens aan Hem te zeggen zoals Martha deed: “Kom en zie”.

We weten dat de Heer ons niet en nooit zal leiden naar de dood, maar altijd naar het leven. Toen niet bij Lazarus. Nu niet te Makkum. Kom en we zullen het zien. Amen.