6e zondag door het jaar A

Post date: Feb 17, 2014 12:56:03 PM

16 februari 2014

Zalige Titus Brandsmaparochie

Mattheus 5, 17-37

Tijdens een van de vieringen werd iemand door toediening van het sacrament van het H. Vormsel opgenomen in onze kerkgemeenschap.

De evangelielezing deze zondag leest niet als een prettig verhaaltje voor het slapengaan. Misschien hebben Jezus’ woorden ons zelfs wat doen schrikken. Want zouden we niet liever onze ogen en handen behouden? En dat Jezus zo streng over huwelijk en echtbreuk zou spreken, dat hadden we misschien niet zo verwacht.

Nu is het zeker zo dat Jezus gebruik maakt van de stijlfiguur der overdrijving. Dat was toen (en nu) niet ongebruikelijk om extra nadruk te geven aan het punt dat moet worden gemaakt. Namelijk dat wanneer we ons aan de boodschap van het evangelie verbonden hebben, we de dure plicht hebben datzelfde evangelie in en door alles te dienen. En waar de boodschap van het evangelie staat voor echte en oprechte verbondenheid tussen God en mensen, en mensen onderling, zullen we daar ook zelf naar streven. Het vermijden van zonde hoort daar bij, want is zonde niet juist dat wat God en mensen uiteen drijft?

In dat licht is ook wel te vatten wat Jezus over echtbreuk zegt, hoewel ook die woorden wel niet geheel zonder overdrijving zullen zijn. Vaststaat niettemin dat Jezus hier, maar ook elders in het evangelie, de lat hoog legt en zich strenger toont dan wat toen gebruikelijk was. En die opvatting klinkt ook door in de manier waarop de kerkgemeenschap tegen het huwelijk aankijkt. Het gaat om een verbintenis waarbij men de verantwoordelijkheid aanvaard om levenslang in liefde op elkaar betrokken te blijven. Tegelijk is daarmee niet gezegd, dat er voor Jezus of voor de kerkgemeenschap geen ruimte zou zijn voor het eventueel kunnen maken van een nieuw begin.

Al die misschien niet meteen zo prettig klinkende woorden van Jezus, zijn wellicht het beste te situeren vanuit wat Hij zei over het offer: sta je aan het altaar terwijl een broeder iets tegen jou heeft (!) ga dat dan eerst oplossen. Daarin klinkt door wat we op meer plekken in de Bijbel horen, namelijk dat God gerechtigheid verlangt boven offers. Opnieuw blijkt dat het ook bij godsdienst als eerste gaat om het gemeenschappelijk leven; goede banden met God en de mensen. Dat is de inzet en was dat al vanaf het begin van de schepping.

Het omarmen van het christelijk geloof, het aangaan van die bijzondere band met Christus te midden van zijn Kerk, is daarom geen neutrale keuze. Het behelst het aangaan van de uitdaging om met twee benen op deze aarde te leven vanuit de belofte zoals die in het evangelie klinkt en waaruit het vertrouwen mag groeien dat God niet alleen in Jezus het al voor ons goed gemaakt heeft, maar dat ook tot voltooiing zal brengen. Leven vanuit die belofte vraagt om te beginnen de omvorming van ons hart. En dat doe je niet op een achternamiddag, maar is een levenslang proces van leerling zijn. Elke dag opnieuw.

Gesterkt door Gods belofte, gesterkt door de gave van Gods heilige Geest – de Trooster en Helper – gesterkt door elkaar als broeders en zusters in de Heer zijn we geroepen om zowel onze uiterlijke daden als innerlijke bewegingen meer en meer te richten op de persoon van Jezus Christus en zo op wat God voorstaat met deze wereld en de mensen die haar bewonen. Opdat ook door ons de eenheid en heelheid mag zijn gediend, ook door ons Gods liefde hoogtij viert.