5e zondag van Pasen in het A-jaar

Post date: May 21, 2014 1:10:56 PM

18 mei 2014

Zalige Titus Brandsmaparochie

Johannes 14, 1-12

Soms hoor je wel eens verzuchten: “Waar moet het heen met deze wereld?”. Vaak als uiting van ongenoegen of bezorgdheid. Het is een belangrijke vraag, omdat het antwoord erop ons persoonlijk leven en onze levenswijze raakt. Het is ook een moeilijke vraag, omdat hij op verschillende manieren kan worden aangevlogen. Zo kunnen we denken aan de aanstaande Europese verkiezingen, waar in feite aan iedere stemgerechtigde wordt gevraagd waar het heen moet. We kunnen de vraag ook benaderen vanuit het zoeken naar hoe we deze wereld bewonen. Komen werkelijk alle mensen tot hun recht? Is de menselijke waardigheid volop gediend? Is er voor ieder de ruimte om na gemaakte fouten te leren en verder te gaan? Waar het heen moet met deze wereld kan bovendien worden benaderd vanuit de vraag naar onze omgang met de schepping: natuur, milieu, dierenwelzijn.

In het evangelie deze zondag herkennen we dezelfde vraag: “Waar moet het heen met deze wereld?”. En Jezus’ antwoord vormt weer een andere fundamentelere benadering. We gaan naar het huis van de Vader, zegt Hij. Het gaat naar de hemel. Met behulp van bij de evangelist Johannes wel vaker geziene misvattingen, wordt de terechte vraag naar hoe daar te komen beantwoord. Jezus verklaart zelf de weg te zijn. En laten we er niet omheen draaien, die is onbegaanbaar. Althans, wanneer we ons een weg voorstellen als een pad waarover je kunt lopen of fietsen, zal dat met Jezus niet gaan. Het punt is dan ook dat de weg naar het huis van de Vader geen route is, maar een relatie. De weg naar het huis van de Vader is een liefdesgeschiedenis.

In ieder geval wordt daarmee onderstreept dat de weg naar de hemel niet een veroveringstocht is. Het gaat er niet om wie het snelst loopt of met het grootste verzet fietst. Het uitkomen daar waar het heen moet is geen prestatie, maar een gave, een cadeau. We moeten het willen ontvangen en eraan willen meewerken. De weg naar de hemel is de uitgestoken hand van Jezus met de welgemeende vraag die aan te nemen en in alle omstandigheden vast te houden. We hoeven het niet te verdienen, maar moeten het wel willen ontvangen. Het vraagt de bereidheid en de oplettendheid om met lege handen te leven, zodat ze immer klaar zijn te ontvangen.

Als we ooit zelf de verzuchting horen of uitspreken: “Waar moet het heen met deze wereld?”, laten we dan vooral eerst in ons eigen hart en in onze eigen handen kijken. Zijn ze ontvankelijk voor wat God ons geeft. Zijn we bereid om – zoals Jezus opriep te doen – onbezorgd te leven, de angst achter ons te laten om mee te gaan waarheen het moet gaan met deze wereld. Naar het huis van de Vader.