4e zondag van de Veertigdagentijd in het jaar A

Post date: Mar 31, 2014 12:27:58 PM

Zalige Titus Brandsmaparochie

30 maart 2014

Johannes 9, 1-41

Zo’n lange lezing uit het evangelie is wel een echte traktatie. Wellicht hebt u onderwijl overwogen of het niet wat korter had gekund. Niet, natuurlijk, want we hebben een compleet verhaal gelezen en het is zonde om daar in te knippen. Maar misschien nog belangrijker: dit evangeliegedeelte staat samen met die van vorige week en die van komende week, als sinds jaar en dag op het menu van de Veertigdagentijd. Al in de tijd dat deze periode vooral betrekking had op de doopvoorbereiding, werden deze passages gelezen. Zodat de dopelingen met vrucht het doopsel zouden kunnen ontvangen om eerst daarna verder te worden ingevoerd in de geheimen van het geloof.

De weg van de aanvankelijk blinde man wordt zodoende ook als onze geloofsweg voorgesteld. Een weg die wel wat weg heeft van een rechtszaak. Wat dan alvast mag helpen herinneren dat twee vragen centraal staan. 1) Wie is er schuldig of positief: aan wie hebben we dit te danken? en 2) wat is hier werkelijk gebeurt, kortom wat is hier de waarheid. Twee vragen die vanuit een christelijke perspectief leven gevend zijn.

Laten we het verhaal langslopen met in het achterhoofd het sacrament van het doopsel. Eerst lezen we dan over de genezing. Een wat onsmakelijk verhaal, maar wel een heldere verwijzing naar de schepping; toen God uit aarde de mens formeerde en de levensadem inblies. Hier is sprake van een scheppingsdaad door Jezus – herschepping, de man krijgt licht in de ogen. Gedoopt zijn heeft daarmee te maken. Met licht in de ogen en met deelkrijgen aan de nieuwe schepping. Namelijk het verrijzenisleven van Jezus. Vervolgens begint de procesgang. De eerste vraag is die naar de identiteit. Wie is deze genezen man? Is hij werkelijk dezelfde? Ja, hij is het. Er is weliswaar wat wezenlijks gebeurt, zijn leven is echt veranderd, maar zijn persoon is daarmee niet aangetast. Dan de vraag of hij wel echt blind was. Is hij echt genezen? Ja, zo blijkt, Jezus handelend optreden heeft echt iets bewerkstelligd. Welke kracht of macht heeft dit dan gedaan? En daaraan verbonden: hoe verhoudt zich dit tot de H. Schrift, de wet van Mozes? Ook voor de genezen man is deze procesgang een leerweg. Eerst weet hij het niet, tot slot slaat hij de Farizeeën met hun eigen argumenten op de oren en heeft hijzelf begrip gekregen voor wat hem is overkomen. Dan toont Jezus opnieuw initiatief en komt de genezen man tegemoet. Jezus is uit op een ontmoeting. De man mag ontdekken met wie hij werkelijk het genoegen had. Zijn reactie is puur en adequaat: hij valt neer en komt – zo blijkt - tot aanbidding. In Jezus heeft hij zijn Schepper ontmoet.

Deze geschiedenis is voor ons als een routekaart. Het helpt ons herinneren dat ons doopsel geen eindstation is, maar eerder het begin van onze geloofsweg. Een weg waarop we mogen blijven groeien in geloof, liefde, inzicht, moed , etc. Een levensweg om te blijven zoeken naar Jezus aan wie we alles te danken hebben en daaraan verbonden ons zoeken naar waarheid. Een levensweg naar de Heer toe vanuit de overtuiging dat Hij ons tegemoet komt en ons zijn aanwezigheid schenkt. Laten we dus op weg gaan, onderweg blijven. Met open ogen en met een open hart. Opdat we zien, beminnen en tot leven komen.