3e zondag van Pasen C

Post date: Apr 16, 2016 9:02:58 AM

Workum, Witmarsum, Bolsward, 10 april 2016.

Handelingen 5, 27b-32+40b-41

Openbaring 5, 11-14

Johannes 21, 1-19

1.

Vorige week lazen we net als deze zondag uit het Johannesevangelie. We hoorden toen over de apostel Thomas. Aan het einde van die lezing merkte de evangelist op:

“In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan welke niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam.”

Je zou zeggen, dat is een slotopmerking. Daarmee wordt zijn evangelie afgesloten. Het gedeelte wat we vandaag mochten horen, komt er echter meteen achteraan. Op een paar verzen na, hebben we niet vorige week, maar vandaag tot het slot gelezen.

2.

Het lijkt wel alsof er toch nog een toetje inzat. Of misschien moeten we dit laatste stuk beschouwen als een supplement. Of, zou het beter zijn om wat we vandaag hoorden te beschouwen als een soort samenvatting waarin alle belangrijke elementen in het gehele evangelie nog eens aan de orde komen?

We merken in ieder geval dat het verhaal van vandaag boordevol verwijzingen zit naar wat we al eerder mochten horen. Denk aan de leerlingen die dus vissers waren, maar nu op een andere manier. En hun zwoegen kon alleen maar vruchtbaar worden op het woord van de Heer. Lijkt dat niet op het begin: “In het begin was het Woord ....”? En probeert Johannes ons ook al niet vanaf het begin duidelijk te maken dat aan de lange vruchteloze nacht een einde komt wanneer Jezus verschijnt? Breekt niet juist dan de dageraad aan? Een nieuwe dag? Ook naar de eucharistie wordt verwezen. Zij het vandaag bij een soort picknick. Toch: de verrezen Heer neemt het brood en de vis. Hij geeft wat van Hem komt, maar niet zonder de bijdrage van de leerlingen.

3.

Een opvallend detail is het getal 153. Al helemaal als het inderdaad om een samenvatting gaat. Waarom niet 154 of 152 of een ander getal? Zo’n exact getal moet wel betekenis hebben. En de boodschap die het uitdraagt is dan kennelijk belangrijk voor heel het evangelie. En dat klopt ook wel. De geleerden zijn het er niet helemaal over eens hoe precies, maar toch. Sommigen zeggen namelijk dat 153 het aantal toen bekende volken was. Anderen menen dat men 153 soorten vis kende. Hoe het ook zij: het gaat duidelijk om volheid, om iedereen. Alle mensen, alle volken zijn geroepen en bestemd om in de liefdevolle netten van de Heer te geraken. En zo als schaapjes op het droge te worden gebracht.

4.

En precies dat is een les die we vaak vergeten. Het evangelie is er voor iedereen. Elke mens mag er van horen, elke mens en elk volk mag de Heer en zijn evangelie ontmoeten en daar vreugde in vinden. Maar steeds weer zijn we geneigd alleen aan ons eigen clubje te denken, aan onze eigen cultuur, aan wat ons vertrouwd is.

Hoe vaak worden we niet bang gemaakt voor andere mensen en andere culturen? Hoe vaak laten we ons bang maken? Maar binnen de christelijke gemeenschap kan dat niet bestaan. Natuurlijk zijn er dichtbij of ver weg mensen die we niet graag mogen. Natuurlijk zijn er volken, culturen en talen die ons vreemd zijn; mogelijk zullen we sommige mensen en hun culturen nooit helemaal goed begrijpen. Toch zijn ze allemaal geroepen tot de gemeenschap van de Kerk. Die al in de netten zijn – netten die heus wel eens op knappen kunnen staan, maar nooit mogen breken – zijn onze broeders en zusters. Wie nog niet als schaapjes op het droge zijn gebracht zijn het in potentie en blijven sowieso door God geliefde mensen. Geen enkel menselijk leven is immers het gevolg van een ongelukje. God wil ons allemaal. Iedere mens is aldus geroepen de liefde van God te leren kennen.

5.

De vraag die Petrus krijgt voorgeschoteld is daarom hoogst relevant. Het zijn vast vragen die zijn eerdere verloochening weerspiegelen. Maar hier leiden ze ook tot een bijzondere opdracht: het weiden van de kudde. Jezus vraagt echter niet: heb je de juiste diploma’s? Of: spreek je je talen? Ook niet: snap je nu wat ik bedoelde? Nee, de enige vraag is deze: heb je me lief?

Weliswaar zijn wij niet geroepen tot de taak van Petrus, maar die vraag kunnen we ons als essentiële vraag voor christelijk leven wel stellen. Heb ik lief? Heb ik de Heer lief? Heb ik zodoende ook mijn medechristenen lief? En al die anderen? We mogen immers niet en nooit vergeten dat het om 153 gaat, om iedereen.