3e zondag van de Veertigdagentijd in het jaar A

Post date: Mar 31, 2014 12:26:33 PM

Zalige Titus Brandsmaparochie

23 maart 2014

Johannes 4, 5-42

De evangelist Johannes brengt ons vandaag naar overgangsgebied: de ochtend loopt over in de middag, Samaria is iets ertussenin (geen heidenen, maar ook geen joden) en de voortdurende spraakverwarringen laten zien dat er iets met de betekenis van onze woorden gebeurt. Binnen deze omstandigheden doet zich de vraag voor wat er nu eigenlijk gaande is.

Een manier om daar in zo’n lang en complex verhaal zicht op te krijgen is de vraag stellen wie nu het meeste baat heeft bij wat er gebeurt. Wie is, plat gezegd, de winnaar? Als eerste komt dan de Samaritaanse vrouw in beeld. Zij was door de gemeenschap uitgestoten, gezien het merkwaardige tijdstip waarop ze in haar eentje komt putten. Verwikkelingen met betrekking tot in totaal zes mannen zullen er wel de reden toe zijn geweest. Aan het einde van het verhaal staat zij weer volop in de gemeenschap. In verband met haar ontmoeting met Jezus gaat ze voor het eerst weer samen met de anderen naar de bron. Jezus zelf kan ook als winnaar worden aangeduid. Hij ging zomaar even zitten, maar krijgt de gelegenheid op praktische wijze het evangelie te verkondigen. Meer nog: wie Hij is en wat Hij betekent wordt lopende deze geschiedenis steeds helderder. Zover zelfs dat de Samaritanen tot de slotsom komen: Hij – de Messias – is de redder van de wereld. Jezus had het zelf niet beter kunnen zeggen. In lijn hiermee zijn de leerlingen ook aan te merken als winnaars. Wat hier plaatsvond – heldere verkondiging van de persoon van Jezus verbonden met herstel van gemeenschap – zal hen helpen om na Pasen te verstaan wat zich afspeelde en eropuit te trekken om mensen daarvan deelgenoot te maken.

Wij –eveneens leerlingen – krijgen dit voorgeschoteld terwijl ook wij ons in overgangsgebied bevinden. In de Veertigdagentijd brengen we in het licht van het evangelie en ons eigen gedoopt-zijn ons bestaan, onze overtuigingen, onze relaties en ons geloof welbewust naar de rand en vragen op welke punten we een overgang, bekering, nodig hebben. Wij gaan in de paasnacht samen (!) opnieuw naar de Bron, om de beloften van ons doopsel te vernieuwen. De vragen die en passant in het evangelie worden gesteld zijn zodoende ook de onze. Erkennen we Jezus werkelijk als Messias, Redder? Putten we ons leven uit zijn verkondiging? Erkennen we vanuit die Bron tot gemeenschap geroepen te zijn? Om elkaar te dienen, maar ook de ruimte te geven voor persoonlijke groei? Zijn Jezus woorden voor ons als water? Is Gods wil die daaruit spreekt voor ons als spijs? Zo onmisbaar als dagelijks brood?