24e zondag door het jaar C

Post date: Sep 12, 2016 3:56:37 PM

11 september 2016

Lucas 15, 1-32

1.

Afgelopen maandag gaf minister Schippers de H.J. Schoolezing onder de titel “De paradox van de vrijheid”. Ze heeft er het nieuws mee gehaald. Tijdens deze lezing heeft de minister een aantal tamelijk niet zulke slimme dingen gezegd. Onder andere dat religie achterhaald zou zijn. En u zult wel begrijpen dat in mijn kringen – op Facebook en dergelijke – de stoppen dan doorslaan. Er waren veel reacties. Daaronder ook een aantal heel verstandige opiniestukken die hun weg vonden naar diverse media. Voor mij was het gebeuren aanleiding om de bewuste lezing eens door te nemen.

2.

De gewraakte opmerking over religie bleek eigenlijk niet meer te zijn dan een onhandige tussenzin, die vooral uitdrukking geeft aan het sowieso wat ondoordachte liberalisme zoals dat heerst in diverse Haagse fracties (en ook wel daarbuiten). De eigenlijke bekommernis was, zoals de titel deed vermoeden, de vrijheid. Minister Schippers zei er wakker van te liggen en met haar dochter van elf voor ogen vroeg ze zich af of de kinderen van nu straks nog wel dezelfde keuzevrijheid zouden hebben als generaties voor hun. Waarbij ze zich realiseerde dat die keuzevrijheid lange tijd niet zo vanzelfsprekend was als nu.

3.

Het ingewikkelde van dit soort lezingen is, dat er vanuit ongetwijfeld echte bezorgdheid met goede bedoelingen uitdrukking wordt gegeven aan allerlei gedachten aangaande de vrijheid, maar nooit precies wordt verhelderd wat vrijheid is en – voornamer – waartoe ze dient. Waarom zijn we eigenlijk vrij? Wat is het belang ervan? Waarom doen we er goed aan vrijheid een recht te noemen?

Vanzelfsprekend wordt tussen de regels door wel een en ander helder. Minister Schippers vliegt vrijheid aan als de mogelijkheid om zelf te beslissen wie je bent, wat je bent, hoe je dat dan doet en waar. Keuzevrijheid, kortom. Aldus wordt ook wel duidelijk dat het achterliggende ideaal zelfbeschikking is: helemaal zelf alles mogen bepalen met betrekking tot je eigen leven.

4.

En zo gezegd, voelt men al snel aan dat dit geen vruchtbare manier van denken is. Deze benadering brengt ons niet tot de kern van wat vrijheid is en waarom het er toe doet. Vanzelfsprekend is keuzevrijheid wel van enig belang, dat is het punt niet.

Wie echter het eigen leven overziet bemerkt al snel dat het om te beginnen geen eigen keuze is geweest om te leven. En ook het nest waarin iemand opgroeit is niet zelf gekozen, zoals de plaats waar dat nest stond evenmin aan eigen keuze onderhevig was. Of wat anders: wie ervoor kiest om bij de volgende Olympische Spelen de gouden medaille te verwerven op de 200 meter hardlopen, kan dat wel beslissen maar stevent vermoedelijk af op een volstrekte teleurstelling.

Vrijheid gaat niet als eerste om keuzevrijheid. Als christenen kunnen en zullen we een dergelijke benadering niet aanvaarden. Vanuit de Schrift wordt ons immers voorgehouden dat we vrij zijn om lief te hebben. We hebben van God vrijheid gekregen om ja te kunnen zeggen. Ja tegen God, maar evengoed ja tegen de mensen om ons heen en de wereld waarop we leven. En, voegen we toe, ook ja tegen onszelf. Dat ja kan alleen maar dan een echt en hartelijk ja betekenen, wanneer er de mogelijkheid van een nee is. Ziedaar de reden van onze vrijheid. We zijn vrij om ja te zeggen, om lief te hebben, maar kunnen daarvan afzien.

5.

Het evangelie vandaag biedt ons wat dit betreft veel inzicht. Een vader had twee zoons. De jongste deed iets doms en zondigs: hij verklaarde zijn vader dood, nam zijn deel van de erfenis mee en verbraste die. Hij was niet meer vrij om zoon te zijn of broer en realiseerde zich dat eenmaal in nood. Hij was – zoals Paulus zegt – slaaf van de zonde. Hij was nog wel vrij om op zijn schreden terug te keren, maar of hij daarmee nieuwe levensruimte herwint is niet meer aan hem. Kan ook niet aan hem zijn.

Zijn vader is eveneens vrij en vanuit liefde vergeeft hij zijn jongste. Hij neemt hem opnieuw aan (had hem nooit zelf verstoten) en schenkt zo de vrijheid om zoon te zijn. Vrijheid blijkt een gave te zijn, niet iets wat je zelf kunt verwerven. Spannend wordt het nu in relatie tot de oudste zoon. Is hij bereid de ruimte en de vrijheid te hergeven om weer broer te zijn? We horen het antwoord niet, maar voelen aan dat wanneer hij dat niet doet we niet per se veel zijn opgeschoten. Het eventuele nee van de oudste zou de vrijheid van zowel de jongste als de vader belemmeren.

6.

De paradox van de vrijheid is niet – zoals maandag door de minister werd betoogd – dat we vrijheid beperkende middelen moeten inzetten om vrijheid te bewaren. Ook niet dat we elkaar in de nek moeten gaan hijgen, omdat er iets gebeurt of wordt gezegd wat ons niet bevalt. De paradox van de vrijheid is dat we er niet zelf over beschikken. Vrijheid moet ons geschonken worden; dienen we elkaar te schenken. Het is niet los verkrijgbaar. Niemand is in zijn of haar eentje vrij.

Waar mensen vanuit angst of boosheid elkaar bejegenen wordt ons allemaal vrijheid ontnomen. Waar echter liefde, trouw, geduld en vergevingsgezindheid onze omgang bepalen, daar schenken we elkaar met Gods hulp vrijheid en komt ieder in liefde tot zijn of haar recht. Daar kan geleefd, dat wil zeggen: samengeleefd worden.