1e zondag van Pasen

Post date: Apr 16, 2016 8:57:42 AM

Witmarsum/Bolsward, 27 maart 2016.

Handelingen 10, 34a+37-43

Psalm 118, 1-2+16a-17+22-23

Kolossenzen 3, 1-4

Johannes 20, 1-9

1.

De meesten van ons zullen tamelijk doorgewinterde christenen zijn. Voor wie dat niet geldt: geen enkel bezwaar. Welkom! Velen hier zullen niettemin al van kinds af aan vertrouwd zijn geraakt met de Kerk en het geloof. We kunnen ons misschien niet anders heugen dan dat er gebeden werd, de kerkgang bij het gewone leven hoorde, er een kruisbeeld in de kamer hing en natuurlijk dat jaarlijks na een periode van vasten het Paasfeest werd gevierd. De belijdenis dat Jezus die gekruisigd werd uit de dood verrees, is daarom niet nieuw, maar klinkt veeleer vertrouwd.

Daar schuilt wel een gevaar in. Namelijk dat het allemaal nogal gewoontjes wordt en we er te snel aan voorbij leven. Alleen al om dat te voorkomen, is het een geweldige zegen elk jaar het Paasfeest te mogen vieren. Als óók een uitnodiging om met frisse ogen naar die bijzondere gebeurtenissen op die eerste paasmorgen te kijken. Ons opnieuw te laten verwonderen. Het evangeliegedeelte van vanmorgen is daarbij een geweldige hulp.

2.

We ontmoeten Maria Magdalena die vóór alle anderen naar het graf gaat, maar ziet dat de afsluitende steen is weggerold. Dit is voor haar overduidelijk een teken, maar waarvan? Zij meent aanvankelijk dat het een teken is van lijkroof. Ze hebben het dode lichaam van de Heer meegenomen, maar waarheen?

Wanneer ze haar verhaal heeft gedaan bij Petrus en de andere leerling – de traditie leert ons dat het om Johannes zelf gaat – snellen ze naar het graf. Petrus en Johannes gaan het graf binnen en treffen het keurig opgeruimd aan. Opnieuw een teken, maar waarvan? Niet van lijkroof, want dat verloopt vast niet zo ordelijk. Ook niet van zoiets als toen met Lazarus. Die moest nog worden bevrijd van zijn zwachtels, toen hij terug onder de levenden kwam.

We hoorden dat Johannes – die andere leerling – als eerste tot geloof komt. Hij is kennelijk in staat geweest de tekenen goed te verstaan.

3.

De situatie waarin die drie volgelingen – Maria Magdalena, Petrus en Johannes - zich bevinden lijkt veel op de onze. Tot op dit moment hebben ze de verrezen Heer nog niet in levende lijve ontmoet. Dat komt nog. Net als wij nu, moeten zij het doen met de tekenen die ze krijgen en om duiding vragen: de weggerolde steen, de opgerolde kleden.

Het is daarom belangrijk ons af te vragen waarom Johannes tot geloof kon komen. Het zou ons kunnen helpen ons eigen geloof te blijven onderhouden, te vernieuwen.

Volgens mij ligt het antwoord in de kennis die Johannes had. Kennis van hoofd en van hart. Kennis niet alleen in de zin van iets weten (kennis hebben van), maar ook van in een betrekking tot iemand staan (kennis hebben aan).

Hij verbond de zichtbare tekenen als eerste met wat hij reeds wist van Jezus, van zijn woorden en daden, maar ook met zijn liefde voor de Heer. Hij was immers, wat het evangelie noemt, de beminde leerling. Doch niet alleen dat. Johannes kon wat hij zag ook verbinden aan het geloof van Israël, dat leeft voor en vanuit het Verbond dat God met hen sloot. Dat alles gaf de doorslag, opende zijn hart en hoofd. Dat alles samen gaf hem de mogelijkheid om tot inzicht te komen.

4.

Voor ons zal het niet anders zijn. We hebben kennis van hoofd en hart nodig om de tekenen te verstaan. Ze dienen in de juiste context geplaatst te worden om ook voor ons hun werkelijke betekenis te krijgen. Terwijl we om te beginnen de bereidheid moeten hebben om te zien en ons te verwonderen.

We kunnen en mogen het Paasfeest daarom niet vieren als een feest van louter herinnering aan een uniek gebeuren daar en toen. Wanneer we vandaag in de lezingen horen dat de leerlingen het geloof verkondigen en daarmee het getuigenis van de Kerk geven, worden wij eveneens aangesproken. Als eerste om zelf het getuigenis te horen, er met hart en hoofd kennis van te nemen. Maar vervolgens om elkaar en anderen dit getuigenis te gunnen en toe te vertrouwen als een boodschap die nu realiteit is, nu actueel is. Die we daarom met elkaar moeten delen en elkaar moeten gunnen, opdat we niet voorbij lopen aan de tekenen van deze tijd, die we mogen verstaan én die we ook zelf mogen oprichten.

Zodat we leren verstaan en waarderen dat overal waar liefde is, overal waar leven het wint van de dood, overal waar onrecht plaats maakt voor het goede – al is het maar in het kleinste – dat dit allemaal tekenen zijn zoals die weggerolde steen en die opgerolde kleden.

5.

Hopelijk wordt het zo nooit gewoon. Kunnen we ons blijven verwonderen en blijven groeien in geloof en in dankzegging. Want zie, Hij is niet dood, Hij leeft. En wij? Wij mogen leven met Hem! Alleluia!