16e zondag door het jaar B

Post date: Jul 21, 2015 9:03:31 AM

19 juli 2015

Zalige Titus Brandsmaparochie

Jeremia 23, 1-6 / Psalm 23 / Efeze 2, 13-18 / Marcus 6, 30-34

Wie zou denken dat Jezus een ouderwets figuur is die niet past bij het dominante hedendaagse levensgevoel, wordt vandaag gelogenstraft. Jezus en zijn apostelen blijken helemaal mee te kunnen doen: ze hebben het druk. Zelfs zo druk dat er geen tijd is om te eten. Geen wonder dat Jezus de zijnen wil meenemen op een reisje. Ze moeten er echt eens even tussenuit naar een stille plek. Maar helaas, nog voor ze er zelf voet aan wal hebben gezet is de menigte ze al vooruit gereisd. Ze togen meteen weer aan het werk, de vakantie valt in duigen.

Het is natuurlijk best verleidelijk om op deze manier naar het evangeliegedeelte van vandaag te kijken. Het zou ons bevestigen in de overtuiging dat “druk, druk, druk” bij het gewone leven hoort en vakantie zo ongeveer een mensenrecht is. Probleem is dan wel, dat ons nadenken over vakanties en onze gewoonte om puur ter ontspanning een reis te maken iets is wat pak ‘m beet anderhalve eeuw geleden gebruikelijk is geworden. Uiteraard eerst in de gegoede kringen. Jezus, de Twaalf en ook onze evangelist van dienst, Marcus, zullen zich daar toen niet zó om bekommerd hebben. Volgen wij wel die lijn, dan lopen we het gevaar belangrijke betekenissen te missen.

Vandaag gaat het er niet om dat wij medelijden met Jezus hebben, omdat zijn vakantie in het water valt. Het gaat erom dat Hij medelijden heeft met ons. Althans, er staat dat Hij de mensen zag en medelijden kreeg. Ze waren als schapen zonder herder. Die zinsnede zou bij ons allerlei belletjes moeten laten rinkelen. In de Bijbel wordt dat vaker gezegd. En telkenmale wanneer een profeet die woorden in Gods naam mag spreken, ligt Israël als Volk van God totaal in duigen en zijn ze verspreid geraakt. God doet daarop de belofte als een goede herder zijn mensen weer bijeen te zullen brengen. Dat is wat er vandaag gebeurd. Jezus blijkt aldus de Goede Herder te zijn. Hij brengt de mensen weer bij elkaar en schenkt ze alles wat ze nodig hebben: zijn woorden van leven én voedsel voor lijf en leden. Hadden we doorgelezen, dan zouden we namelijk gehoord hebben over de wonderbare broodvermenigvuldiging.

Eigenlijk maakt Jezus het nog wat bonter dan louter de Goede Herder zijn die zijn mensen opnieuw bijeenbrengt. Althans het ligt in de lijn der verwachting daar een beeld bij te hebben, zoals in dat verhaal waarbij het ene schaapje actief wordt gezocht en die andere 99 even moeten wachten. Een herder die actief op zoek gaat en er echt werk van maakt. Maar wat ons vandaag duidelijk wordt is dat de mensen al verzameld zijn voordat Jezus op die eenzame plaats aankomt. Het loutere verlangen om bij Jezus te zijn en Hem te horen, heeft de mensen al samengebracht. Het lijkt me een belangrijke constatering ook voor ons. Juist als we zelf misschien niet altijd even goed raad weten in onze omgang met Jezus; misschien wel eens twijfelen aan onze band met Hem. Of dat we merken wel vertrouwd te zijn met het vieren en ontvangen van de sacramenten, maar Jezus en zijn kerk eigenlijk nog vreemden voor ons zijn: dan geeft het evangelie vandaag goede moed. Het verlangen Jezus te zien en te horen blijkt al kerk-stichtend te zijn. Daarmee kan het beginnen. En als Jezus het ziet, aarzelt Hij niet daarbij actief betrokkenheid te tonen.

Er is wel wat raars aan de hand in het evangelie van vandaag. Jezus wordt ons als de Goede Herder voorgesteld. En dan denk je in lijn met psalm 23 natuurlijk aan mooie groene weides. Die blijken er echter helemaal niet te zijn. Die eenzame plaats: er is een woestijn mee bedoeld. En woestijn is ook zo’n woord dat allemaal belletjes doet rinkelen. Het is in de Bijbel de plaats van beproeving, maar ook van intense Godservaring. Het is de plek waar je doorheen moet om in het beloofde land te komen. In de woestijn kunnen de mooiste en de lelijkste dingen gebeuren, maar groen is het er niet en voedsel vinden is niet vanzelfsprekend. Het lijkt wel of ons vandaag gezegd wordt, dat wanneer Jezus de Goede Herder is de groene weide niet meer zozeer een plaats is waar je naartoe kunt lopen, maar een situatie die geschonken wordt ongeacht de verdere omstandigheden. Waar Jezus is, daar is vanzelfsprekend de groene weide. Daar klinken zijn woorden van leven en daar is voedsel in overvloed. Bij Hem komen we tot rust. We worden als het ware vol goede moed op pad gestuurd. Wees gerust. Of het nu gaat over hoge toppen of door diepe dalen: als we minstens in verlangen proberen bij Jezus te zijn en Hem erbij te betrekken is Hij niet ver weg. En schenkt Hij daar waar we Hem ontmoeten al wat we nodig hebben.